














|
|
Verhalen van tuinders.
Onverwachts bezoek
Op een mooie zonnige en warme augustus-dag kwam er een groepje mensen langs mijn tuin wandelen.
Ze bleven aan mijn hekje staan.
Zij zagen een vlinder gevangen onder één van mijn netten.
Wat bleek zij waren lid van de vereniging van vlinders en waren op zoek naar vlinders.
Ik nodigde hen uit om even mijn tuin te bekijken.
Niet dat deze zo bijzonder is, maar zij waren heel belangstellend.
Mijn tuin is in augustus niet één van de meest verzorgde tuin, maar dat vonden zij alleen maar goed.
De brandnetel is namelijk voedsel voor de rupsen die uiteindelijk vlinders worden.
Daarnaast heb ik veel bloemen voor bijen en vlinders.
Het was mij wel opgevallen dat ik dit jaar veel minder vlinders heb gezien.
De vlinder legt één tot hooguit drie eitjes per plant op de onder- of bovenkant van het blad, mede hierdoor leven de rupsen vaak solitair.
Er zijn 3 tot 4 generaties per jaar.
De eerste generatie vliegt tot eind juni.
De tweede en de derde generatie overlappen elkaar en vliegen van eind juni tot eind september.
Soms is er ook nog een vierde generatie.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Levenscyclus van het koolwitje,
De vlinder overwintert als pop, vaak relatief laag bij de grond (1-3 meter) en regelmatig aan niet-natuurlijke voorwerpen (muren, hekwerk, tuinmeubels etc).
De vliegtijd is van maart tot en met oktober, maar de vlinder wordt op de Canarische Eilanden het hele jaar door waargenomen.
De rups zit vaak langs een nerf of bladrand van kruisbloemigen, maar vanaf het derde stadium leeft deze meestal in het hart van een koolplant.
Niet dat wij tuinders daar blij mee zijn, maar de gedachte dat deze rups een mooie vlinder wordt, maakt voor mij veel goed.
De dagpauwoog is ook een vlinder die ik regelmatig zie in mijn tuin.
De dagpauwoog is één van de bontst gekleurde en bekendste soorten vlinders in Europa.
De soort komt binnen Europa algemeen voor in de gematigde zones en ontbreekt in het uiterste noorden en zuiden.
Ook in de gematigde gebieden van Azië vinden we de soort tot in Japan.
Het grote verspreidingsgebied is onder meer te verklaren doordat de belangrijkste voedselplant, de brandnetel, zoveel voorkomt.
In België en Nederland is de dagpauwoog overal algemeen.
De brandnetels waarop de rupsen leven komen namelijk zeer algemeen voor in vochtige, beschaduwde milieus.
De vlinder kan zich ontwikkelen in slootkanten, industrieterreinen, braakliggende stukken grond, bosranden, vuilstortplaatsen, tuinen, parken, wegbermen, spoordijken en vele andere door de mens geschapen biotopen.
Zo zie je maar dat was onverwachts een leerzame en interessante ontmoeting op de tuin.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Stadstuinen
Je ziet stadstuinen op steeds meer plaatsen.
Na de flowerpowertijd, toen je het verschijnsel ook zag in grote steden, zijn stadstuinen weer helemaal terug.
Vaak overhoekjes waar buurtbewoners wat groenten kweken.
Soms stukjes van niks, maar dat heeft geen invloed op het enthousiasme van de "tuinders".
Zo maken bewoners op een leuke manier kennis met het kweken van eigen groenten en natuurlijk zijn er enthousiastelingen die uiteindelijk misschien wel bij u op het complex terechtkomen.
Leuk om, als doorgewinterde volkstuinder, je buren uit de stad een beetje op weg te helpen ( als ze dat willen).
Bron: de tuinliefhebber.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
|